Het damhert is een echt parkhert, dat zich ook in halfwilde
staat op afgescheiden terrein (zoals bv de Veluwe) uitstekend
weet te handhaven. Damherten zijn kleiner dan edelherten: de
schouder ligt zo'n 30 cm lager. Het meest opvallende kenmerk,
naast de typisch gespikkelde vacht, door de mannelijke dieren
gedragen : het schoffelvormige gewei.
Het damhert is niet zoals het edelhert inheems, maar is door de
Romeinen tussen 150 en 450 n.Chr. geintroduceerd, met name in
Engeland. Dit is dan ook nog steeds het land met de meeste
damherten. Ook in Duitsland komen nog grote aantallen in het
wild voor. Vanaf het jaar 800 wordt het damhert overal als
jacht en parkwild ingevoerd. Damwild is groter dan reewild en
kleiner dan het edelhert
Het is vrij gedrongen en van achteren overbouwd, met enigszins
een "hang-buik." Vooral in de late zomer vertoont het hert een
ronde bouw, vanwege overdadige vetafzetting. De bok wordt
haast 2 x zo zwaar als de hinde.
Bij snelle gang komen de vier poten gelijktijdig los van de grond
waarbij de staart op en neer zwaait. Damherten verplaatsen
zich dan met sprongen tot 2,5 meter. Opgejaagd kunnen ze
haast twee meter hoog springen.
Het damhert is een sociaal dier en leeft in roedels die op kunnen
lopen tot zo'n 30 dieren. Binnen het roedel blijven
familieverbanden bewaard. Bronstroedels bestaan uit sterke
bokken met hinden, de andere bokken komen dan in aparte
groepjes voor. Oude bokken ziet men ook wel solitair
Bron: gewei.nl
© Houthoeve 2011